Notities onderweg

Dag 3 van de Narmada Parikrama: Durga, een pompoenvarken en een kelder vol chillum

Onder een gele tent zitten mensen in oranje, gele en rode kleding op groene matten voor een versierd beeld van Durga; vooraan mengt een man in een geel overhemd kruiden in een grote schaal

Wat had ik toch heerlijk geslapen. Geen geluid, behalve de vogels die rond dezelfde tijd wakker werden als ik en heerlijk begonnen te tjirpen. Nog voordat ik opstond, was de beheerder van Belghat Ashram al bezig met vegen en het schoonmaken van het buitenterrein. Ik wist toen nog niet dat ik de volgende nacht heel anders zou slapen.

Maar eerst: wassen. Snel eruit en naar de ghat, om even onder te dompelen in het koele water van de Narmada. Wat was dat heerlijk, zeg. Ik was meteen klaarwakker en kon er weer tegenaan. Aankleden, gedag zeggen tegen de beheerder, en daar gingen we weer, op weg naar een nieuw avontuur.

Met nog wat aanwijzingen van de beheerder liepen we het landschap in. Navigeren was wel een dingetje. Smalle paadjes liepen kriskras door de rijst- en graanvelden, en dacht je net: ahhh, ik heb het juiste pad, liep het toch weer dood. Dus moesten we soms letterlijk voorzichtig dwars door de rijstvelden heen. Gelukkig kun je de weg nooit echt kwijtraken zolang je de Narmada rechts van je houdt. Dan komt het altijd goed.

Een feest voor Durga

Na een paar uur lopen hoorden we van ver al knallende muziek. Toen het dorp in zicht kwam, zagen we waarom: er werd feest gevierd voor de godin Durga. Yasha zei: "Ik wil graag mijn respect tonen aan de godin." Dus liepen we af op een grote, kleurrijke tent met de godin op een altaar, omringd door mensen die bezig waren met de voorbereidingen van de puja voor Durga Visarjan, het afscheidsfeest van de godin.

Iedereen zag er prachtig uit: de mannen in oranje kurta's of dhoti's, de vrouwen in rode sari's met gouden borduurwerk. En wij? Twee bezwete wandelaars met rugzakken.

Toch werden we hartelijk ontvangen en meteen getrakteerd op appels en bananen. Dit noemen ze prasad, oftewel een gift. En meteen kwamen de vragen: wie zijn jullie, waar komen jullie vandaan, en gaan jullie echt de Narmada Parikrama lopen? Ze waren allemaal verbaasd over de toewijding en de uitdaging die we aangingen, en vonden het geweldig dat wij zomaar bij hun puja kwamen opdagen. Maar nu moest de puja echt beginnen, dus klaar met de vragen en aan de slag.

Er was een pandit (een soort priester) die iedereen uitlegde wat ze moesten doen. Hij begon met zijn mantra's, en drie getrouwde stellen gingen voor het altaar van Durga zitten. Telkens gaf de pandit aan wat ze moesten doen: een bloem op het altaar leggen, of het beeld besprenkelen met een speciaal stokje dat ze in het water doopten en dan richting de godin zwaaiden. Ondertussen was een man bezig om kruiden, ghee en van alles op een schaal bij elkaar te doen en te mengen.

Toen volgde het offeren aan het vuur. De man die alles had gemengd, verdeelde het goedje over de stellen, die nu rond het vuur zaten. De pandit ging verder met zijn mantra's, en op zijn aanwijzing gooiden de stellen er telkens een beetje van in het vuur, dat steeds harder ging branden.

Ik snapte er echt helemaal niks van. Het was de eerste keer dat ik zoiets zag, maar het bleef me boeien, en dat zo'n twee uur lang. Als afsluiter werd er nog een varken geslacht. Nou ja, een neppertje: een pompoen met pootjes van houten stokjes en een getekende varkenskop erop. Iedereen moest lachen toen hij tevoorschijn kwam, en ook de pandit maakte er een grap over, begreep ik van Yasha.

Het was allemaal heel vrij. Mensen kwamen en gingen, niemand hoefde er de hele tijd bij te zijn, en de kinderen renden er lekker doorheen. Daarna was het tijd voor het eten, eigenlijk bedoeld voor de kinderen, want die worden op deze dag ook als goden gezien. Maar ook Yasha en ik kregen te eten: bhandara.

En toen gebeurde er iets wat ik niet had zien aankomen. Een van de dorpsbewoners gaf ons geld. We wilden het echt niet aannemen. "Doe niet joh, echt niet nodig." Maar hij accepteerde geen nee. "Een gift mag je niet afslaan," zei hij. Dus met moeite, maar met veel waardering, namen we het aan.

Uiteindelijk vertrokken we onder veel gezwaai. Het vulde ons hart met zoveel liefde en geluk. Zoveel vriendelijkheid en acceptatie had ik nog nooit meegemaakt. Daar kan de moderne wereld nog wat van leren.

De pandit laat ons niet los

Maar laat ik verdergaan en het kort houden. O ja, bijna vergeten… (ja, het wordt toch niet kort): onderweg naar de volgende ashram kwamen we de pandit nog een keer tegen, op zijn motor. Hij vroeg of we een lift wilden, maar dat sloegen we af. We hadden de Narmada beloofd de hele tocht te voet te doen.

Een tijdje later boden een paar jonge dames ons chai aan. Eerst wilden we het afslaan, want zo'n beetje elke 500 meter bood iemand ons chai aan. Maar ze bleven zo aandringen en waren zo beleefd dat we toch mee naar binnen gingen. En ja hoor, van wie was het huis? Van de pandit! We moesten er allemaal om lachen. We hadden zo door dat hij vooruit was gescheurd en zijn dochters had gezegd: die twee komen 100% zeker deze kant op, dus sta buiten klaar en haal ze naar binnen.

Weer zoetigheid, weer chai, weer fruit voor onderweg. En wat werd er gekletst en gevraagd, het hield maar niet op. Super gezellig. Maar de zon zakte, en we moesten echt gaan, anders kwamen we veel te laat aan bij de volgende ashram.

Een nacht met één oog open

Die heette Sitaram Ashram, in Barnai. En laat ik er maar meteen bij zeggen: het was niet de beste ervaring. Best creepy. Ik ben nog onwetend en ken deze wereld nog niet goed, maar ik voelde me echt oncomfortabel. We sliepen in een vieze kelder, stinkend naar rook en wat allemaal niet, en dit was onze eerste kennismaking met mensen die veel chillum rookten. Alleen waren het allemaal broodmagere, laat ik zeggen niet al te verzorgde mannen, dus het had net zo goed opium kunnen zijn.

In deze ashram verbleef ook een guru, die naar verluidt 150 jaar oud is. Niemand weet het zeker. Hij nam nooit geld aan, maar had wel een dure auto met chauffeur. En de grote ashram was niet van hem, maar eigenlijk ook weer wel. Ik vond het allemaal maar moeilijk te geloven. Interessant en bizar om mee te maken, dat zeker.

Het was de eerste nacht dat ik met één oog open sliep. Geen vogels die me wakker maakten, alleen de geur van chillum in een kelder. Zodra het licht werd, pakten we onze spullen en waren we vertrokken.

Buiten stond de Narmada er gewoon weer, rustig stromend, alsof er niks gebeurd was. Wij hielden haar rechts, en liepen verder. Want dat is het mooie van deze tocht: je weet nooit wat je achter de volgende bocht tegenkomt. Een feest, een pompoenvarken, of een kelder. Maar zolang de Narmada rechts van je stroomt, komt het altijd goed.

← Alle berichten